Na deze inleidende opmerkingen ga ik gedetailleerder in op de inhoud van duurzame ontwikkeling. Ik doe dat aan de hand van de bespreking van een tweetal kenmerken van duurzaamheidsvraagstukken namelijk complexiteit en grootschaligheid en een drietal factoren die randvoorwaarden zijn voor het aanpakken van duurzaamheidsvraagstukken en het in gang zetten van duurzame ontwikkeling, te weten solidariteit, medezeggenschap en normering.
Duurzaamheidsvraagstukken zijn complex. Ze ontstaan in het kader van maatschappelijke ontwikkelingen die beogen tegemoet te komen aan de behoeften van elk mens en gaan ervan uit dat iedereen recht heeft op een aanvaardbare levensstandaard. Een belangrijke focus van duurzaamheids-ontwikkeling zou daarom het wegwerken van armoede in de eigen leefomgeving, en van de mondiale armoedekloof moeten zijn.
Duurzaamheidsvraagstukken zijn niet alleen vanwege de onlosmakelijke verbondenheid van milieu -, sociale, en economische aspecten, complex maar ze zijn ook ‘wicked’. Ze zijn lastig omdat ze innerlijk tegenstijdig en ongestructureerd zijn. Vaak ontstaat bij het adresseren van deze vraagstukken een ‘domino-effect’ omdat ze op het eerste gezicht niet in verband met elkaar lijken te staan, maar naderhand zeer innig met elkaar verweven blijken te zijn.
Mede daarom zijn bij het zoeken van een juist evenwicht tussen economische groei, sociale rechtvaardigheid en een gezonde leefomgeving lineaire voorspellingen op basis van eenvoudige oorzaak-gevolg relaties moeilijk te maken en een eenduidig criterium dat als referentiepunt kan dienen om te bepalen wat een duurzame en wat geen duurzame ontwikkeling is, ontbreekt veelal.
Tenslotte moeten vanwege de nauwe betrokkenheid van duurzaamheidsproblemen met maatschappelijke problemen vraagstukken van duurzaamheid steeds in relatie met veranderende maatschappelijke situaties en inzichten, als het ware in een continu leerproces, vanuit een dynamisch perspectief worden gedefinieerd.
De samenhang met de, in de 20e eeuw tot wasdom gekomen eis dat de huidige generatie de rechten van de volgende generaties moet waarborgen, heeft uiteraard de gecompliceerdheid van het leerstuk van duurzame ontwikkeling in hoge mate versterkt.
Een tweede kenmerk van duurzaamheidvraagstukken is hun wijdlopigheid en grootschaligheid en nauw daarmee verband houdende, niet slechts onzekerheid over economisch en ecologische ontwikkelingen maar ook over wetenschappelijke inzichten die voor uitleg zouden moeten zorgen. Daarom houden niet alleen de vraagstukken zelf maar ook ogenschijnlijke oplossingswegen grote risico’s in voor toekomstige generaties. Verantwoorde keuzes die getuigen van zin voor sociale gelijkheid en die leiden tot een leefbare omgeving voor iedereen, nu en in de toekomst, zijn ‘hard cases’.
Hoe interpreteren burgers in deze context hun betrokkenheid bij vraagstukken van duurzaamheid? Culturele theorie indiceert als interpretatiekader voor de omgeving vier oer-typische modaliteiten. Deze zijn:
- De hiërarchische: men beschikt over weinig handelingsvrijheid en collectief handelen is de aangewezen strategie om de problemen te benaderen. Deze interpretatie beschouwt de natuurlijke omgeving als een complex, door wetmatigheden gestuurd systeem en vertrouwt er dat op wetenschappers dit systeem onderzoeken.
- De individualistische opvatting: In deze interpretatie worden beginselen van de vrije markt geacht ook in milieuzaken te spelen en de natuur wordt in de eerste plaats gezien als een bron van hulpmiddelen die de mens in staat stelt om te overleven. De vrije markt regelt automatisch de relatie van de samenleving met de natuur en milieuvriendelijk gedrag is datgene dat de netto-opbrengt uit de natuur maximaliseert.
- In de egalitaire zienswijze zijn de principes van gelijkheid en rechtvaardigheid sterk verbonden met milieuvriendelijk gedrag.
- Fatalisten zijn van oordeel dat zij op duurzaamheids-vraagstukken weinig invloed kunnen uitoefenen en daarom zijn die problemen voor hun geen prioriteit.
De keuze van interpretatie modaliteit is van sociale invloeden afhankelijk en veranderbaar. De framing is verschillend en dus ook de zoektocht naar oplossingen.
Kritische factoren die het onderwerp zijn van de opvattingen van burgers over hun betrokkenheid bij het oplossen van duurzaamheidsvraagstukken zijn solidariteit, medezeggenschap en het absoluut karakter van de universele moraal.
Er is behoefte aan solidariteit tussen arm en rijk en tussen huidige en toekomstige generaties. Maar langs welke weg en op basis van welk criterium solidariteit gestalte moet krijgen is tot nu toe meer een politieke, door belangen bepaalde vraag, dan een vraag waar een gemeenschappelijk normatief antwoord op gegeven wordt.
Ook modale burgers moeten medezeggenschap hebben in het maatschappelijk debat over keuzes die een impact hebben op de levenskwaliteit van huidige en toekomstige generaties. Idealiter zou eenieder moeten beschikken over een zekere wetenschappelijke en technische geletterdheid. Verantwoorde keuzes betekent vooral in staat zijn om te reflecteren over de ethische aspecten van de keuzemogelijkheden. Het ‘experten model is vervangen door multidisciplinariteit en betrokkenheid van de modale burgers en nieuwe oplossingswegen moeten worden bedacht al naar gelang de situatie verandert en nieuwe inzichten groeien.
Het universele karakter van moraal bestaat erin dat morele juistheid alleen kan worden opgeëist voor waarden, normen of handelingen waar ieder mens, ongeacht zijn of haar concrete situatie mee zou kunnen instemmen. Morele normen gelden categorisch of universeel (Immanuel Kant), en hebben een absoluut gezag. Zij demarqueren door marginale beperkingen de ruimte waarbinnen individuen en groepen hun gang kunnen gaan bij het realiseren van hun eigen doelen. De plicht tot duurzaamheid onder-determineert daardoor in de praktijk de maatschappelijke ontwikkeling; zij legt slechts een bodem in het natuur- en milieubeleid, door aan te geven waaraan in elk geval moet worden voldaan, ongeacht de sociaaleconomische doelen of maatschappelijk-ethische waarden die men najaagt,